Beïnvloedende factoren

Met de standaardisatie worden eventuele bronnen van meetfouten zoveel mogelijk uitgesloten. Zowel patiënt, als protocol, als meetinstrument kunnen belangrijke bronnen van variatie vormen. De belangrijkste factoren zijn:

  • Test Instructie: deze moet adequaat gegeven worden en begrepen worden door de patiënt.
  • Vermoeidheid: wanneer de patiënt vermoeid is zal deze niet de maximale kracht kunnen leveren.
  • Pijn: wanneer het aanspannen pijnlijk is wordt er geen maximale kracht geleverd. Het is dus belangrijk te noteren of er pijn was tijdens de test. 
  • Motivatie: een ongemotiveerde patiënt zal geen maximale kracht leveren. De wijze van aanmoediging en feedback dient ook gestandaardiseerd te worden. Als de geleverde kracht door de patiënt bijvoorbeeld kan worden afgelezen tijdens de test wordt er meer kracht geleverd.
  • Uitgangshoudingen: deze dienen gestandaardiseerd te worden zodat bij herhaling de handvattingen, de gewrichtshoeken en de plaatsing van de dynamometer (denk aan de lastarm) hetzelfde kunnen zijn
  • Omstandigheden: deze dienen zoveel mogelijk gelijk te zijn. D.w.z. op hetzelfde tijdsmoment van de dag meten, hetzelfde aantal pogingen, hetzelfde medicijngebruik en dezelfde rustpauzes aanhouden, etc.
  • Conditie apparaat: de batterijen moeten voldoende voltage spanning hebben (niet leeg zijn) en het apparaat gekalibreerd. Van deze factoren kunnen instructies, motivatie, uitgangshoudingen, omstandigheden en meetmethode voor een groot gedeelte gecontroleerd en gestandaardiseerd worden.

Introductie
Make of Break methode
Protocol voorbeelden
Referenties